Prins Siddhartha Gautama werd in de zesde eeuw voor Christus geboren in het zuidelijke deel van het huidige Nepal. Volgens de overlevering zag een heilige man tekenen bij de baby en voorspelde dat hij een groot heerser of een spiritueel verlichte leraar zou worden. Zijn vader, vastbesloten dat zijn zoon zou regeren, beschermde hem tegen pijn en ontberingen door hem te omringen met comfort en privileges.
Op negenentwintigjarige leeftijd werd Gautama geconfronteerd met ziekte, ouderdom en dood buiten de paleismuren. Geconfronteerd met de realiteit van het lijden, verliet hij zijn beschermde leven en bracht zes jaar door als rondtrekkende asceet, op zoek naar inzicht in de menselijke conditie. Hij beoefende extreme zelfverloochening en meditatie, maar vond geen blijvende antwoorden.
Uiteindelijk besloot hij onder een bodhiboom te gaan zitten en zwoer hij niet op te staan totdat hij inzicht had bereikt. De boeddhistische traditie vertelt dat hij verleidingen en afleidingen weerstond en volhardde totdat hij geloofde de ultieme waarheid te hebben begrepen. Vanaf dat moment stond hij bekend als de "Boeddha", wat "Verlichte" of "Ontwaakte" betekent, en wijdde hij de rest van zijn leven aan het onderwijzen van anderen over het pad dat volgens hem voorbij het lijden leidde.
vervolg op de volgende pagina



110 STEDEN - Een wereldwijd partnerschap | Meer informatie
110 STEDEN - Een project van IPC a US 501(c)(3) nr. 85-3845307 | Meer informatie | Website door: IPC-MEDIA